Geschiedenis van Georgië

Als sinds de prehistorie wonen er mensen op het Georgische grondgebied. Stammen binnen Georgië gingen zich steeds meer verenigen tot koninkrijken. Een aantal van deze koninkrijken werden vazalstaten van het Romeinse Rijk. De nationale godsdienst werd in 337 het christendom. Ongeveer 200 jaar lang was Georgië een vazalstaat van Arabië, daarna werd Georgië onafhankelijk onder de Bagratidendynastie. Aan het eind van de 10e eeuw bloeide het koninkrijk op. Rond 1200 bevatte het naast Georgië ook Azerbeidzjan, Armenië en gebieden in de Noordelijke Kaukasus. Heersers in deze periode waren koning David de Bouwer en koningin Tamar.


De mongolen beëindigden vanaf 1220 deze periode. Het gebied werd opgedeeld in aparte vorstendommen. Deze twee vorstendommen zijn in 1800 samengevoegd. Hierna werd het in 1804 een onderdeel van het Russische Rijk. De Georgische kerk verloor hiermee het eigen patriarchaat en werd onderdeel van de Russische kerk.


In 1991 viel de Sovjet-Unie echter uiteen en ontstond de republiek Georgië zoals we haar nu kennen. Staten zoals Abchazië en Zuid-Ossetië liggen op grondgebied van Georgië, maar hebben nog steeds veel met Rusland te maken. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie kregen de bewoners van deze gebieden een Russische paspoort. Om hiervan af te zijn is Georgië in 2008 uit het GOS gestapt. Abchazie en Zuid-Ossetië verklaren zich vanaf dan onafhankelijk, maar Georgië ziet deze gebieden nog steeds als onderdeel van het staatsgebied.





Geografie en indeling

Georgië ligt in de Kaukasus op de grens van West- en Oost-Europa. De hoofdstad is Tbilisi. In het Noord-Georgië is de Grote Kaukasus te vinden. In het zuiden ligt de Kleine Kaukasus met daarbij lavaplateaus met vulkaankegels. De Lichi-bergketen verdeelt het land in een oostelijk en westelijk deel. De omliggende landen zijn: Armenië, Azerbeidzjan, Rusland en Turkije. Ook grenst het aan de Zwarte zee. De totale oppervlakte is 69.700 km2. Er wonen 4.636.400 mensen. Dat geeft een bevolkingsdichtheid van 65 bewoners per km2.


In Georgië ontstaan veel rivieren en beekjes door de grote hoogteverschillen. De grootste rivieren zijn de Alazani, Mtkvari en Rioni. Deze laatste rivier ligt in zijn geheel in Georgië. Het grootste keer is Paravani en de meeste meren liggen in Samtsche-Dzjavacheti. De hoogste bergtop is de Sjchara (5068 meter) gevolgd door Janga (5059 meter) en Mkinvartsveri (5047 meter). Het laagste punt is de Zwarte Zee (0 m).


Georgië bestaat uit tien regio‚Äôs en twee autonome republieken (Abchazië en Zuid-Ossetië). De regio's bestaan weer uit 73 districten.